|
Pagina 5 van 8
Flitsuitrusting samenstellen
Wattseconden - Hoeveel heb je nodig?
Lichtaccessoires en power
Groeien
In deze koopwijzer helpen wij u bij het samenstellen van de juiste flitsstudio-uitrusting.
Wattseconden
De lichtopbrengst van een studioflitser wordt uitgedrukt in Wattseconden. Dat is een globale maatstaf voor de hoeveelheid licht die wordt geproduceerd. Hoe ver dat licht reikt en hoe ver en hoe het wordt gespreid is afhankelijk van de gebruikte verlichtingsaccessoires. Daarom kun je bij studioflits moeilijk spreken over een richtgetal, de maatstaf die wordt gehanteerd voor een flitser op of in een camera.
Hoeveel heb je nodig?
Hoe groter het object, des te meer licht is er nodig. Om de benodigde capaciteit te bepalen maken we gebruik van een vergelijking: we stellen 10 Wattseconden (Ws) gelijk aan 10 liter water. Met een emmer water van 10 liter lukt het goed om iemand een kletsnatte kop te bezorgen, maar helemaal van top tot teen nat, dat lukt niet. Dan moet je namelijk verder naar achteren om het water meer te verspreiden, en dan wordt alles niet door en door nat meer. Met een bak van veertig liter lukt het zelfs om meerdere mensen goed nat te krijgen.
Hou voor het flitsvermogen globaal onderstaande tabel aan:
Hoeveel Ws?
120 Ws - close-up portret 1 persoon, kleine objecten
250 Ws - 1 persoon ten voeten uit, close-up portret van maximaal drie personen, kleine-middelgrote objecten
400 Ws - groepsportret (max. circa 8 personen)
600 Ws - groepsportret grote groepen, grote objecten, interieurs
Uitgangspunt is één flitser op vol vermogen, plus een tweede om de schaduwen op te helderen.

Hoe groter het onderwerp des te meer licht is er nodig om het uit te lichten. Bovendien moeten de lichtbronnen ook extra groot zijn, denk aan grote softboxen, om voldoende lichtverstrooiing te bereiken.
Achter- en ondergrond waren donker, maar werden achteraf in een beeldbewerkingsprogramma diep zwart gemaakt.
Lichtaccessoires en flitspower
Wat er aan lichtaccessoires wordt gebruikt heeft veel invloed op de uiteindelijke lichtopbrengst. Een extra grote softbox op een lichte flitser kán technisch probleemloos, maar geeft dan wellicht zo weinig licht op het object, dat er alleen met grote diafragma’s (lage f/waarden) en/of hoge ISO-instellingen kan worden gewerkt. En bij studiowerk is het juist belangrijk dat er een vrije keuze is aan diafragmawaarden, om maximaal met de scherptediepte te kunnen variëren. Een te lichte flitsinstallatie geeft dus snel beperkingen.
Groeien
Een goede beginset telt twee flitsers, met voor de lichtvoering twee flitsparaplu’s of één flitsparaplu plus één softbox. Een kleine softbox is alleen geschikt voor kleine objecten. Bij portretfotografie alleen voor gezichten. Voor een wat royalere uitsnede is het beter een grotere softbox te kiezen. Bij portretwerk en productfotografie geldt, dat de diffuse werking het sterkst werkt naarmate de hoofdlichtbron relatief groter is dan het onderwerp, zodat het onderwerp kan worden ‘ingepakt’ met licht.
Met een derde flitser ontstaan mogelijkheden voor effectverlichting. Met een zogenaamde snoet kan bijvoorbeeld een sterke bundel licht op een deel van het onderwerp worden gericht, of kan een lichtrandje op een contour worden gemaakt. Een extra flitser kan ook worden gebruikt om een lichtvlek op de achtergrond te projecteren. Daarbij kan tevens gebruik worden gemaakt van gekleurde filters, om het licht een kleur te geven. Een kleppenset geeft de mogelijkheid een lichtbundel af te schermen.
Veel fotografen breiden hun verlichtingsuitrusting stap voor stap uit. In de praktijk blijkt dat eerder aangeschafte spullen nooit werkloos blijven en altijd nog weer voor extra effecten of ondersteuning kunnen worden gebruikt.

Een derde lichtbron is handig voor extra lichteffecten, zoals het oplichten van de achtergrond. Vaak kan deze ergens onzichtbaar achter het onderwerp worden geplaatst.
|